honden
Chasse d' abord
 

Vachtverzorging



De vacht en het onderhoud van uw BASSET

Uw pup en zijn vacht

Pups hebben bij de geboorte een dichte wollige vacht van één soort haar. De vacht is dan ook al voor zijn verdere leven bepaald zoals: hoeveelheid, kwaliteit, dichtheid enz..

Door middel van een goed onderhoud en voeding is hier soms nog wel iets aan te sleutelen. Het eindresultaat is dan ook pas te zien als de hond ”af” is. Zolang de hond groeit en ontwikkeld (tot max. 3 jaar) groeit en ontwikkelt ook de vacht.

De pupvacht wordt na een bepaalde tijd afgestoten en vervangen door het type vacht dat hij later krijgt. Die vachtwisseling begint bij de schoft en dan zie je de pupvacht langzamerhand langs de flanken naar beneden zakken. Des te langer de vacht bij de volwassen hond wordt, des te later is de eerste pupvachtwisseling.

Wanneer je dus voor het eerst kunt plukken is geheel afhankelijk van de ruiperiode en de vacht van uw hond. Bij de ene hond al met 12 weken – als de vacht het toelaat is het zéér verstandig om vroeg te plukken -  en bij de andere pas met 8 maanden.

Kenmerkend van een ruwharige vacht is dat er duidelijk twee, soms drie lagen haar op de hond te onderscheiden zijn.Men ziet dus duidelijk een laag ondervacht -  wol - en een laag dekhaar of twee. Deze bovenvacht staat meestal wat van het lichaam af en is gemakkelijk beet te pakken. Ook honden met vrij zacht bovenhaar en daarbij de uiteraard wel typische laagverdeling kunnen worden geplukt.

 

Als voorbereiding op de vachtverzorging leert degene die het meeste overwicht heeft over de hond - en die later ook de verzorging gaat doen, dus 1 persoon - de hond te laten staan.

Vanaf dag 2 dat u de hond in huis heeft gaat u hier mee beginnen. Dit om de hond al vroeg overal aan te laten wennen, en omdat de socialisatieperiode erg snel voorbij gaat.

Wen hem elke dag aan gefriemel en getuttel aan zijn lijf en poten - met name de voeten en vooral snor en baard - ook al heeft de pup in het begin doorgaans geen haar. Wen hem aan dit ritueel èn: dit alles op een tafel!

Uw hond mag pas van tafel, als het laatste wat HIJ doet GOED is gegaan.

Anders heeft uw hond gewonnen en wordt het voor u een zware dobber om het vertrouwen te herstellen! Uw hond houdt u een spiegel voor!


TIP: Wanneer u uw hond iets aanleert, beloon dan het goede gedrag en negeer het foute gedrag. Kijk naar uw hond vanuit uw ooghoeken. Met andere woorden, zit er niet boven op. Uw hond voelt dit en reageert hierop. Als u gewoon doet, reageert  uw hond ook normaal. Blijf kalm en adem rustig, tel zonodig tot 10. Uw hond doet iets uit respect voor u (u bent immers de roedelleider!) en dit respect moet u verdienen. Hoe meer zelfvertrouwen u hebt en hoe duidelijker u de rol van roedelleider vervult, des te meer respect zal de hond voor u hebben.

 
Vachtverzorging – Onderhoud

De vacht van de hond dient voornamelijk als bescherming tegen invloeden van buiten af. Wanneer je een hond kamt/borstelt beschadig je ook gezonde haren. Als gezonde haren beschadigd worden zegt het lichaam tegen een groepje haren rondom “vallen jullie ook maar uit”.

Tussen het “vallen jullie ook maar uit” en het werkelijke loslaten zit een periode van 6 weken. Dus als u veel kamt/borstelt en daardoor ook veel beschadigt, houd u uw hond kunstmatig in de rui. Ondanks dit gegeven kamt/borstelt u één maal in de week. U houdt hiermee de vacht open en u bent gelijk op de hoogte van een wondje, ongedierte enz.

LET OP:  een vlooienkam door de vacht halen is ook kammen!!.


De praktijk: wat is nu goed kammen/borstelen, en hoe doe je dat?
  • Plaats de hond op een tafel of andere verhoging, voordeel hiervan is dat u de hond goed kunt bekijken en u overal bij kunt.

  • De hond moet zich veilig/vertrouwd voelen op de tafel: gebruik daarbij een antislipmat of een stuk vloerbedekking, en de tafel mag niet wiebelen.

  • Vanaf dag 2 dat u de hond in huis heeft, gaat u de hond leren staan, op de tafel.

  • Als de hond wil gaan zitten wat normaal is - want het is hoog en eng - rust u zachtjes met de bovenkant van uw hand in zijn lies. Hierdoor blijft hij staan.

  • U aait met uw andere hand vanaf zijn hoofd tot aan zijn staart en zegt: “mooi staan”

  • Dan een beloning, de volgende dag weer en iedere dag steeds langer: 30 sec, 60 sec, 90 sec. enz. De beloning niet vergeten.

  • Wanneer de hond goed blijft staan doen we er een stapje bij:  we gaan frutten en friemelen aan snor, baard, oren en voeten. Ook u moet wennen dat de hond eventueel los op de tafel blijft staan. De tafel tegen een muur schuiven is het veiligst.

  • Als dit allemaal goed gaat, doen we er weer een stapje bij: u gaat kammen/borstelen.

  • U kamt van onder naar boven, en van achter naar voren. Maar altijd met de haargroei mee. Als u onderaan begint met kammen en dan laagje voor laagje naar boven gaat, kunt u steeds het stukje dat u gedaan hebt weer een stukje doorkammen naar beneden, klitvrij! Doet u het andersom van boven naar beneden, dan valt u steeds opnieuw in een volgende klit die er onder zit, en dit is pijnlijk voor de hond. De hond wordt vervelend, ‘ heeft het gehad’, en u wellicht ook…Dat zijn momenten waarop het mis gaat en dat dient u te voorkomen.

  • U begint onder aan de voet bij de rechter achterpoot, en laagje voor laagje kamt u vanaf de huid naar boven. Zoals de kapper het ook doet: haren die nog niet gekamd worden houdt u omhoog. Vanaf de huid is erg belangrijk omdat daar de klitten ontstaan. En omdat u anders over de klitten heen glijdt en evt. verwondingen, ongedierte niet ziet.

  • U begint aan de voet en vooral tussen de tenen, hier zitten kleine klitjes. Probeer deze klitjes met de punt van uw kam eruit te halen.

  • Ga dan langzaam omhoog -laagje voor laagje - leg uw hand op het bovenliggende gedeelte om de huid strak te houden, zo voorkomt u dat u bij iedere haal met de kam aan de huid trekt, want dat is pijnlijk. De hond voelt wel dat de huid strak gespannen staat, maar niet het trekken. Dit strak houden van de huid kunt u over heel het lichaam gebruiken.

  • Op deze wijze kamt u het rechter achterbeen en de lies, dan het linker achterbeen en de lies, dan achteraan beginnen bij de staart. Vervolgens kamt u zo van achter naar voren. Strijk eerst de haren terug - tegen de richting in. Dan de rug, flanken en buik. Dan de voorbenen. Vervolgens is de borst en de hals en dan het hoofd aan de beurt.

  • Vergeet vooral de wrijfplaatsen niet, deze zijn van nature klitgevoelig:

  • -    onder de staart (anus, zitbeenderen)

    -    de liezen

    -    bij de teef de vulva, en bij de reu, de ballen en penis niet vergeten

    -    de oksels

    -    rondom de oren

    -    waar de halsband zit

    -    de snor en baard.

  • Hiervoor kunt u de hond leren om te gaan liggen op zijn zij, zodat u er goed bij kunt. Maar zorg eerst dat de hond hiermee vertrouwd is voordat u gaat kammen.

  • Koop een draaikrukje bij Ikea, dan heeft u altijd de goede hoogte om erbij te gaan zitten. Dit werkt ontspannender. Houd uw armen zo dicht mogelijk bij uw lichaam en uw rug recht.
  • Als de kambeurt voor u of uw hond te lang duurt gaat u het uitverdelen:

    Dit om irritaties voor u en uw hond te voorkomen!! Voorbeeld:

    Maandag: rechter achterpoot, zitbeen en de lies

    Dinsdag: linker achterpoot, zitbeen de lies en de staart

    Woensdag: rug, flanken en de buik

    Donderdag: de voorbenen en de oksels

    Vrijdag: het hoofd, oren, snor en baard.

    Doe wat u doet GOED, en 1x in de week. Ondanks dat u een Franse hond heeft, is “met de Franse slag” hier NIET van toepassing!


    GOEDE MATERIALEN ZIJN HET HALVE WERK!

    Grove kam

    een grove kam met pinnen van min. 3 cm.lengte, en een afstand van 0.5 cm tussen de pinnen.

    Dit om zo min mogelijk vacht te beschadigen, zie 6 weken-grens!! Met de punt kunt u voorzichtig klitten los peuteren. Bij een fijnere vacht mag de kam iets minder grof zijn.
    grove kam
    kam

    Slicker: 

    deze is alleen om te ontklitten!! Dit omdat u er anders teveel vacht  mee beschadigd.
    slicker

    Pennenborstel:

    Dient om de vacht luchtig en los te borstelen, vooral bij zware vachten voordat u begint te kammen.

    pennenborstel
    pennenborstel2

    Nageltang:

    Koop gelijk een goede (schaarmodel), dan voelt u zich zekerder!

    nageltang

    Arterieklem:

    Om de vele haren in de oren te verwijderen


    arterieklem1 arterieklem

    Tekentang:

    Om teken te verwijderen
    tekentang
    BIJ DE WEKELIJKSE KAM/BORSTELBEURT HOREN OOK:
    GEBIT:

    Het is in het belang van u en de hond dat de hond zijn gebit laat tonen en daarmee vertrouwd is dierenarts, verwonding,  show.

    In het belang van de gezondheid van uw hond is het verstandig om het gebit te poetsen.

    Het is niet nodig de mond van de hond te openen tijdens het poetsen: in gesloten toestand kunnen de meeste tanden en kiezen waar zich tandplaque bevindt worden bereikt.

    • U zet de hond voor u op tafel en gaat beginnen om met uw wijsvinger aan de buitenkant over de wang te strijken.
    • Staat de hond dit toe, dan doen we hetzelfde aan de binnenkant: u gaat met de blote vinger onder zijn lip door – rechtervinger in de linker mondhelft – dan linkervinger in de rechter mondhelft.
    • Wrijf zachtjes naar achter en dan weer naar voren.
    • Vervolgens met een nat of droog verbandgaasje om de vinger: dit is stroef en daarmee verwijdert u de tandplaque.  Steeds een paar seconden opbouwen voor u en uw hond.
    • Als er sprake is van overvloedige speekselvloed, of als er 1 kant gedaan is: even laten slikken.
    • Niet forceren, wel belonen als de behandeling klaar is.
    • Als de hond hieraan gewend is, gaat u op z’n minst dagelijks poetsen.


    Waarom tandenpoetsen zo belangrijk is voor de algehele gezondheid van uw hond,leest u op de laatste bladzijde!


    OREN:

    Tijdens de wekelijkse beurt kijkt u ook de oren na. Doordat onze Bassets hangoren hebben is de mogelijkheid tot broeien erg groot.

    Haren in de gehoorgang moeten worden verwijderd: door te plukken, of bij zware haargroei met behulp van een arterieklem.

    U hoeft niet alles er in 1 beurt uit te plukken, wekelijks 10 haren is al heel mooi, zowel voor de hond als voor u. U bouwt dan zelf vaardigheden en vertrouwen op, bij zowel uzelf als de hond.

    Wanneer u dit echt niet aandurft, absoluut niet knippen, dit om erger te voorkomen. Als oren ooit behandeld moeten worden, hebt u de beste resultaten bij haarvrije oren.

    Wanneer het oor schoon is doe je niets.

    Bij teveel aan oorsmeer (= vettige, donkerbruine afscheiding) – maakt u de schelp met een prop watten schoon.

    Bij oormijt (= korrelig, donkerbruin en stank) gaat u naar de dierenarts.

    Bij een oorontsteking (= rood en lichtjes opgezet, warm aanvoelend) ook naar de dierenarts.

    Wanneer een hond erg veel zwemt, stopt u voor het zwemmen vette watten in zijn oren, en deze haalt u er na het zwemmen weer uit. Dit om lang nabroeien, bacteriën en ontsteking te voorkomen.

    Ontstoken oren zijn de eerste tekenen een verminderde weerstand komt van binnenuit en heeft alles te maken met wat er wel of niet ingaat voeding medicijnen entingen enz.

    TIP: Prodier oordruppels van VSM en Puur Oor zijn een goed en veilig middel voor zelfmedicatie

    OGEN:

    Dagelijks haalt u met uw duim het eventuele vuil uit de ooghoeken van de hond. U zet de hond voor u, rechterduim voor linkeroog, linkerduim voor rechteroog. Wanneer u vuil aan laat koeken gaat het pijn doen en als het te lang zit hebt u kans op smetplekken onder het oog. Let erop dat u ook kijkt of er eventueel vuil in de ogen zit, vooral bij pusafscheiding. Dit kunt u verwijderen met een tissue met gekookt water, en u wrijft van buiten naar binnen.

    TIP: Bij lichte irritatie aan de ogen, vooral bij jonge honden, bij Noordoosten wind, en bij de eerste nachtvorst, zijn de Optilan oogdruppels van VSM en Oculoheel van Heel een goed en veilig middel voor zelfmedicatie.

    LIPPLOOIEN:
    Wanneer de lipplooien nat zijn of gaan verkleuren en daardoor dan ook de rest van de baard mee natmaken, mag u het haar in de plooi wegknippen. Dit om verdere verkleuring van de baard tegen te gaan en overmatig kwijlen te voorkomen.

    Wanneer uw hond een vrij ernstige vorm van lipplooi-eczeem heeft is het echt raadzaam om de hond een operatie te laten ondergaan.

    Lipplooi-eczeem brengt namelijk een zeer onaangename geur met zich mee.
    NAGELS:

    Bij de wekelijkse beurt hoort ook het knippen van de nagels. Deze horen kort te zijn –dus geen grond raken - zodat uw hond geen spreidvoeten of doorgezakte polsen krijgt.

    Het afslijten van de nagels heeft niets te maken met lopen op ’n harde ondergrond, maar met het afdraaien van de voeten. Dus nagels kort!

    Als u niet durft te knippen kunt u ook gaan pellen. U zet de nageltang op het puntje en knipt er een dun schilfertje af, dan zet u de tang links opzij van de nagel en knipt u er daar een schilfertje af, dat doet u vervolgens ook rechts. Als u dan vindt dat de nagel nog te lang is begint u gewoon weer opnieuw.

    Dit mag/kan ook de week erop, voor de vaardigheden en het vertrouwen, weet u nog?

    VOETEN:

    Eventuele klitten tussen de voetzooltjes moeten worden verwijderd. Dit kunt u doen door wekelijks ook hier te kammen en anders weg te knippen met een voetenschaartje. Overtollig haargroei onder de voeten mag u ook wegknippen.


    Wanneer oren en nagels echt een probleem voor u zijn, ga dan naar een trimster of dierenarts die dit tussentijds – om de 6 à 8 weken – voor u wil doen.

    Carine’s Trimsalon

    Beukenlaan 18

    6161 TR  SPRANG-CAPELLE

    tel. 0416-279377

    carine.pbgv@planet.nl


    Wat is Tandsteen eigenlijk?

    Tandsteen is verkalkte tandplaque. Indien tandplaque niet verwijderd wordt, dus langer aanwezig blijft, ontstaat er tandsteen, doordat tandplaque mineraliseert. Er worden langzamerhand harde zouten gevormd uit de mineralen die in de mondholte aanwezig zijn. Deze mineralen komen vooral uit het speeksel. De vorming van tandsteen komt voor langs de tandhalzen, zowel onder als boven het tandvlees, overal waar tandplaque aanwezig is.

    Factoren die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van tandplaque en tandsteen, met als gevolg tandvleesontstekingen, zijn o.a. ontwikkelingsstoornissen, bijv. melktanden die niet gewisseld worden en verkeerde voeding.

    Verkeerde voeding is o.a. zacht eten, zoals geweekte voeding en blikvoeding waarbij de natuurlijke mechanische reiniging van het gebit en mondslijmvlies ontbreekt. Hoe meer een hond kauwt des te groter is de kans dat met de kauwbewegingen en de speekselvloed de tandplaqueontwikkeling tot een minimum kan worden beperkt. Sommige honden kunnen op deze wijze een schitterend schoon gebit behouden. Harde voeding biedt daartoe meer mogelijkheden dan zacht voedsel. Ook de kwaliteit van het voedsel speelt een grote rol. Helaas is het echter niet voldoende, want ook bij het verstrekken van harde voeding blijven er voedselresten achter, vooral ter hoogte van de scheurkiezen.

    Indien de zelfreinigende werking van de mond (het kauwen op zich, de beweging van de wangen en de tong alsmede de speekselvloed) onvoldoende is, dan zal er zich een dikker wordende laag tandplaque ontwikkelen en langzamerhand gaan mineraliseren tot tandsteen.

    Ook het verstrekken van de juiste kauwmaterialen kan zeer effectief zijn. Ook aandoeningen als bv. suikerziekte, schildklieraandoeningen en nierafwijkingen kunnen tot meer tandplaque en dus tandsteenvorming aanleiding geven.

    Wat is tandplaque?

    Tandplaque is een wittige, 1-2 mm. dikke, soms wat vlokkige, vrij gemakkelijke afschraapbare laag. Tandplaque bestaat voor ongeveer 75% uit een netwerk van levende en dode bacteriën en hun stofwisselingsproducten. Daarnaast komen er voedsel resten, resten van cellen en mineralen uit het speeksel in voor. Het geheel wordt bij elkaar gehouden door een kleverige tussenstof die door sommige bacteriën wordt geproduceerd.

    Bij de hond veroorzaakt tandplaque vooral schade aan het gebit door ophoping. Het tandvlees raakt ontstoken en er ontstaat afbraak van weefsel dus verlies van het steunweefsel van de tanden en kiezen, dat weer leidt tot verlies hiervan.

    De oorzaak van stank uit de bek is niet het aanwezige tandsteen, maar de hoeveelheid tandplaque. Hoe meer tandplaque, hoe meer stank.

    Wel zorgt het aanwezige tandsteen voor een ruwe ondergrond waarop zich tandplaque makkelijker vast kan hechten. Bovendien kan het wangslijmvlies door het ruwe tandsteen heel makkelijk beschadigen en óók ontstoken raken (zeer pijnlijk!) Tandplaque heeft bijna dezelfde kleur als de tanden: de reden dat het niet gezien wordt. Als de tandplaque niet regelmatig wordt verwijderd, vindt er dus een ophoping plaats, een vermeerdering van bacteriën die het ontstekingsproces veroorzaken en in stand houden.


    Wist u dat…….

    Het niet schoon houden van het gebit lelijke gevolgen kan hebben, niet alleen voor het tandvlees en het gebit zelf maar ook voor de algemene gezondheid van de hond! Immers tandplaque druipt van de bacteriën.

    De bacterien kunnen de weefsels binnendringen en via het bloed vitale organen bereiken. Dit kan leiden tot ontstekingen van nieren, lever, gewrichten of zelfs hartklepbeschadigingen!


    Het is nu dus duidelijk dat een tandvleesontsteking - wat zeer pijnlijk is! - wordt veroorzaakt door het voortdurende contact van een bacterielaag (de tandplaque) met het tandsteen.

    Een hond, óók een oude, behoort géén tandsteen te hebben!

    De vaak gehoorde kreet: hij is al oud dus hij heeft tandsteen, is grote onzin. Een hond die van jongs af aan mooie witte tanden en kiezen heeft, kan deze ook behouden!


    Een goede regelmatige gebitsverzorging thuis kan het aantal professionele gebitsreinigingen door de dierenarts beperken.

    De hond zal er van profiteren, (maar ook uw portemonnee) wat uiteindelijk zal resulteren in een langer prettiger leven.


    Deze tekst is een korte samenvatting uit een lezing van tandheelkundig dierenarts

    Andries van Foreest



    Indien u een aanvulling heeft of als u een fout of onvolkomenheid ontdekt wilt u dat dan doorgeven aan:

    Disclaimer







     

    Fauven highlight

    Laatste nieuws


    Clubactiviteiten